
Vondsten
Een selectie van vondsten, gedocumenteerd en geregistreerd volgens de regels.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In het Antwerpen van de 17de eeuw (1601-1700) verdiende een meestermetser 72 tot 78 pence groot per dag in de zomer en 54 tot 58,5 in de winter. Gerekend tegen 60 pence groot per gulden is dat 1,2 tot 1,3 gulden, of 96 tot 104 liards, per zomerdag. Een liard was dus ongeveer een honderdste van het zomerdagloon van een meestermetser. Indicatief: het gaat om één beroep in één stad, en de omrekening naar gulden is een rekeneenheid, geen koers van een bepaalde munt.
Betrouwbaarheid: gemiddeld
Bronnen:
- John Munro, Antwerp building craftsmen's wages 1400-1700 (AntwerpWage.xls) · University of Toronto; built on Herman Van der Wee's data. Wages in pence groot Brabant.
- John Munro, Money and Coinage in Late Medieval and Early Modern Europe · Lecture notes; source for 60 pence groot Brabant to the gulden.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In het Antwerpen van 1780 verdienden arbeiders gewoonlijk 8 tot 10 stuivers per dag, terwijl een publicatie uit dat jaar stelde dat een gezin 12 stuivers per dag nodig had. Een stuiver is vier liards (een liard is een tachtigste van een florijn van 20 stuivers), dus een gewoon dagloon was 32 tot 40 liards. Een liard was daarmee ongeveer een tweeëndertigste tot een veertigste van een dagloon. Indicatief: één stad en één jaar, uit een tweedehands bron.
Betrouwbaarheid: laag
Bronnen:
- Denise de Weerdt, Loon- en levensvoorwaarden van de fabrieksarbeiders 1789-1850 · Antwerpen, S.M. Ontwikkeling; online transcription. Quotes an Antwerp publication of 1780.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In Gent verdiende een arbeider in de textielnijverheid in 1811-1812 gemiddeld ongeveer 1,50 tot 2 frank per dag (in de vlasspinnerij 0,75 tot 1,80 frank), en een wever in een katoenfabriek 2 frank per dag op 1 augustus 1830. Een dagloon was dus ongeveer 150 tot 200 centimes. Indicatief: het gaat om fabrieksloon in één stad. De Nederlandse centen van het Hollandse bewind werden in gulden gerekend en zijn hier niet omgerekend naar franken.
Betrouwbaarheid: laag
Bronnen:
- Denise de Weerdt, Loon- en levensvoorwaarden van de fabrieksarbeiders 1789-1850 · Antwerpen, S.M. Ontwikkeling; online transcription. Ghent averages 1811-1812 and a weaver's wage in 1830.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In de jaren 1840 verdiende een man in de Belgische nijverheid gemiddeld ongeveer 1,56 frank per dag (in de vlasnijverheid 0,80 frank). Een stuk van 1 centiem was dus ongeveer een honderdvijftigste van zo'n dagloon. Indicatief: de cijfers komen uit één enquête uit 1846 en gelden niet voor elke streek of sector.
Betrouwbaarheid: gemiddeld
Bronnen:
- Denise de Weerdt, Loon- en levensvoorwaarden van de fabrieksarbeiders 1789-1850 · Antwerpen, S.M. Ontwikkeling; online transcription. Wages from an 1846 enquiry.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In 1896 verdiende een volwassen arbeider in België gemiddeld tussen 2 en 4,50 frank per dag (ondergrondse mijnwerkers 3 tot 5 frank, in 1900 4 tot 7,50). In Brussel verdiende een geschoolde bouwvakker in 1898 0,41 frank per uur, een ongeschoolde 0,27. Een stuk van 10 centimes was dus ongeveer een twintigste tot een vijfenveertigste van een dagloon. Indicatief: de cijfers zijn bandbreedtes per sector en gelden niet voor elke streek.
Betrouwbaarheid: gemiddeld
Bronnen:
- Denise de Weerdt, De arbeiderstoestanden van 1876 tot 1914 · Antwerpen, S.M. Ontwikkeling; online transcription. Office du Travail enquiry of 1896 and 1900.
- Peter Scholliers, Loonontwikkeling, conjunctuur en arbeidsverhoudingen in het bouwvak in Brussel en Parijs, 1855-1940 · Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis 21 (1990), 1-2, pp. 1-47. Hourly wages 1898.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In Brussel verdienden bouwvakkers in 1919 1,00 frank per uur (ongeschoold) en 1,18 frank (geschoold), 160 en 130 procent meer dan in 1914. In 1939 lagen de uurlonen in de Brusselse bouw ongeveer 60 procent hoger dan in 1914. Een stuk van 25 centimes was in 1919 dus een kwart van een uurloon van een ongeschoolde bouwvakker. Indicatief: één sector in één stad, en de prijzen stegen in dezelfde jaren sterk.
Betrouwbaarheid: gemiddeld
Bronnen:
- Peter Scholliers, Loonontwikkeling, conjunctuur en arbeidsverhoudingen in het bouwvak in Brussel en Parijs, 1855-1940 · Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis 21 (1990), 1-2, pp. 1-47. Wages 1919 and the 1914-1939 trend.
Wat kon je ermee kopen?Indicatief
Voor deze periode in het algemeen, niet voor deze munt in het bijzonder.
In het eerste kwartaal van 1946 verdienden Belgische mannelijke arbeiders in de nijverheid gemiddeld 14,40 frank per uur, vrouwen 8,45. Het wettelijk minimum voor volwassen mannelijke arbeiders was sinds september 1945 9,60 frank per uur en werd in augustus 1946 12 frank. Een stuk van 1 frank was dus ongeveer een veertiende van een uurloon, of ruim vier minuten werk. Indicatief: dit beschrijft alleen 1946-1947 in België.
Betrouwbaarheid: gemiddeld
Bronnen:
- US Bureau of Labor Statistics, Wage Trends and Wage Policies: Various Foreign Countries (Bulletin No. 934) · Washington, 1948; Belgium chapter, "Wage Trends and Wage Policies, 1939-47". Based on National Office of Social Security data.












































































Geen vondsten die aan deze filters voldoen.