Artefactum

Vondsten

Wie de munten sloeg die ik vond: per land de uitgevers (staten, steden en bisdommen) en daaronder de vorsten en kerkvorsten wier naam of beeltenis op de munten staat. Alleen munten; andere vondsten staan bij Alle vondsten.

België

Nederland

Duitsland

  • De Duitse republiek tussen het Keizerrijk en het nazibewind. In 1923 verloor de mark door hyperinflatie bijna alle waarde; daarna kwam de rentenmark, met rentenpfennig als kleingeld.

  • In 1871 werden de Duitse staten verenigd in het Duitse Keizerrijk, met de mark en de pfennig als gezamenlijke munteenheid. Kleine koperen en nikkelen munten uit die tijd duiken geregeld op.

  • De aartsbisschop van Keulen was ook keurvorst van het Heilige Roomse Rijk en regeerde een eigen kerkelijke staat, het keurvorstendom Keulen. De munten dragen de naam van de heersende aartsbisschop.

  • Aken was de stad van Karel de Grote en kreeg de status van vrije rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. De stad sloeg tot aan de Franse bezetting in 1794 eigen koperen munten, zoals de heller.

Frankrijk

  • De Franse republiek die na de val van Napoleon III ontstond en bleef bestaan tot de Duitse invasie in 1940. Het zilveren muntgeld uit deze tijd werd uitgegeven in frank.

  • Frankrijk gaf in de 19e eeuw munten uit onder verschillende regimes, onder meer de Julimonarchie van Louis-Philippe en het Tweede Keizerrijk van Napoleon III. Frans geld kwam in Vlaanderen terecht door de nabijheid en door de Franse aanwezigheid in onze streken.